AHO licht verkiezingsprogramma’s door.

In de aanloop naar de ‘moeder van alle verkiezingen’ van 25 mei zijn er reeds een heel aantal thema’s in de media bediscussieerd. Hoger onderwijs en wetenschap en innovatie zijn hier jammer genoeg grotendeels afwezig gebleven. Dat is jammer, omdat deze twee thema’s van bijzonder groot belang zijn voor onze toekomst. In een economie die steeds meer evolueert naar een kenniseconomie zijn wetenschap, innovatie en kwaliteitsvol hoger onderwijs van levensbelang. Desondanks staat de Vlaamse wetenschapsbeoefening en het hoger onderwijs op dit moment zwaar onder druk. De problemen zijn intussen bekend: er is een dramatisch tekort aan vast personeel, en de alomtegenwoordige publicatiedruk hypothekeert de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en dienstverlening.

Daarom houdt de Actiegroep Hoger Onderwijs de verkiezingsprogramma’s van de Vlaamse partijen tegen het licht: erkennen ze de fundamentele problemen die het Vlaamse Hoger Onderwijs op dit moment, en welke maatregelen brengen zij naar voor?

Een positief punt is alvast dat zowat alle partijen zich willen engageren om de Europese horizon 2020 doelstellingen (in 2020 moet 3% van het BRP naar onderzoek en ontwikkeling. Een andere opvallend punt is dat heel wat partijen (CD&V,N-VA, OpenVLD en SP.A) pleiten voor een grotere rol van universiteiten en hogescholen in de economie, onder meer door een nauwere samenwerking met de industrie via allerlei gunstmaatregelen voor bedrijven om onderzoekers in te zetten of aan te nemen. N-VA en OpenVld willen dit bespoedigen door Economie, Wetenschap en Innovatie samen te brengen in één ministerpost. Groen en PVDA+ waarschuwen dan weer voor een te nauwe samenwerking, die ervoor zorgt dat publieke financiering wordt omgezet in private winsten.

Op zich kan een nauwere samenwerking tussen samenleving en economie zeker een goede zaak zijn: het zou ervoor kunnen zorgen dat academici een grotere bijdrage kunnen leveren tot samenleving en economie. Het probleem is dat dit in de huidige context onmogelijk is. Onze onderzoekers en lesgevers worden door de academische rat race en de formalistische en esoterische criteria die hiermee gemoeid zijn sterk ontmoedigd om veel aandacht aan de kwaliteit van hun onderwijs te schenken en hun onderzoek maatschappelijk te valoriseren.

Een hervorming van het wetenschaps- en hoger onderwijsbeleid is dan ook broodnodig, en ook perfect mogelijk, aangezien de evaluatie van het financieringsdecreet hoger onderwijs uitgesteld is tot na de verkiezingen.

CD&V spreekt in haar standaardprogramma niet echt over hoger onderwijs, maar laat in haar uitgebreid programma een ander geluid horen. Het pleit voor een onderzoek naar de effecten van publicatiedruk, voor een beter loopbaanbeleid voor onderzoekers. Bovendien wil CD&V ook werk maken van een grondige evaluatie en aanpassing van het financieringsdecreet, met als doel de instellingen meer financiële autonomie te geven. Dit is hoopgevend, en getuigt van visie.

OpenVLD  erkent het belangrijkste probleem, met name het ongeziene onevenwicht tussen vaste en tijdelijke academici, en belooft ook inspanningen te doen om het aantal professoren naar een aanvaardbaar niveau op te trekken. Bovendien stelt OpenVLD ook voor om de Vlaamse universiteiten en hogescholen niet langer tegen elkaar te laten concurreren, maar wel om samen te werken en de Vlaamse prestaties af te meten tegen de beste buitenlandse universiteiten. Dit getuigt  van visie, en kan zeker een positief effect hebben op ons onderwijs en onderzoek.

Ook SP.A erkent de problemen, en signaleert de perverse effecten die ontstaan als gevolg van het gebruik van foute meetinstrumenten en de overdreven competitie tussen jonge onderzoekers. Anders dan OpenVLD ziet SP.A de oplossing niet in een diepgaande hervorming van het financieringsdecreet, maar wel in een verhoging van de werkingsmiddelen van de universiteiten en hogescholen. Op zich is dit zeker een goed idee, maar indien dit niet gesteund wordt door een paar gerichte aanpassingen in het financieringsdecreet, bestaat het gevaar dat dit onvoldoende is. Het is relatief onduidelijk in hoeverre de SP.A hiervoor open staat.

Ook Groen! erkent de problemen, en wil naar eigen zeggen voor ‘zuurstof voor kwalitatief onderzoek’ zorgen.  Groen! pleit verder ook voor meer aandacht voor onderwijs en dienstverlening, wat in de huidige context inderdaad een absolute noodzaak is. Bijzonder positief is dat Groen ook een specifieke en zeer doeltreffende maatregel voorstelt: de vermindering van het belang van het aantal doctoraten in de financiering van de universiteiten: dit is zonder twijfel een bijzonder doeltreffende maatregel, die zonder al te veel moeilijkheden kan doorgevoerd worden en een zeer positief effect zou hebben op de kwaliteit van ons onderzoek, onderwijs en dienstverlening.

Ook PVDA+ is zich zeer goed bewust van de perfide effecten van de concurrentie die op dit ogenblik woedt tussen onderzoekers en instellingen. PVDA pleit voor meer open access (publiek beschikbaar stellen van resultaten van wetenschappelijk onderzoek), meer investeringen in menselijk kapitaal door het creëren van een aanwervingsplan voor jonge onderzoekers, en een stabielere financiering, onder andere door langere doctoraatsbeurzen (6 jaar ipv de huidige 4 jaar). De PVDA pleit ook voor meer evaluatie van onderzoeks- en onderwijsteams, en minder van individuen. Dit is een bijzonder visionair voorstel: wetenschap is meer en meer een zaak van teams geworden, en het individualisme dat door het huidige financieringssysteem gecreeërd legt een hypotheek op de kwaliteit van ons wetenschappelijk onderzoek.

N-VA blijft in deze toch wat op de vlakte. Ze signaleert één belangrijk probleem: het feit dat de toename van het aantal studenten in het hoger onderwijs niet gevolgd is door een stijging van het aantal docenten, en dat dit een bedreiging vormt voor de kwaliteit ervan.

Wat verder opvalt is dat geen enkele partij het heeft over het Dehousse­-systeem, dat een fiscaal gunstregime voor doctorandi creërt, en op die manier grotendeels verantwoordelijke is voor de ongecontroleerde stijging van het aantal gedoctoreerden, met alle perverse gevolgen vandien. We willen ons hier niet uitspreken over de wenselijkheid van een nieuwe staatsverhervorming, maar indien zo’n hervorming er komt, biedt dit de gelegenheid om het Dehousse systeem te hervormen : deze simpele ingreep kan op zichzelf een bijzonder positief effect hebben op de kwaliteit van het Vlaamse onderzoek, onderwijs en dienstverlening.

Samengevat mag het duidelijk zijn dat heel wat partijen zich bewust zijn van de precaire situatie van de Vlaamse wetenschap en het hoger onderwijs, en alleszins beloven hier iets aan te doen. Groen, CD&V, PVDA+ en OpenVLD formuleren dan ook uitgewerkte en doeltreffende voorstellen in die zin, waarbij die van Groen! misschien nog net iets concreter en gerichter zijn dan die van de anderen. Ook SP.A en N-VA zijn zich echter bewust van de problemen in het huidige hoger onderwijsbeleid en formuleren iets voorzichtiger oplossingen. Vlaams Belang en LDD blijven voorlopig op de vlakte.

5 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

5 Reacties op “AHO licht verkiezingsprogramma’s door.

  1. BramD

    Heel nuttig. Bedankt!

  2. Karen

    Indien het systeem van Dehousse-beurzen zou worden afgeschaft, hoe ziet de AHO dan de internationale concurrentiekracht van Vlaanderen om b.v. Europese onderzoeksprojecten binnen te halen? Nu al kan een Britse onderzoeksgroep met hetzelfde Europees budget ongeveer tweemaal zoveel doctoraatsstudenten aan een project laten meewerken als een Vlaamse onderzoeksgroep. Zodus kunnen ze met hetzelfde budget een veel ambitieuzere onderzoeksagenda in hun projectvoorstel opnemen. Zonder Dehousse, nóg meer discrepantie?

    • Wij vinden dat de ambitie moet liggen in de kwaliteit van het onderzoek, niet in het binnenhalen van zoveel mogelijk doctoraatsstudenten. Als de overheid daarin wenst te investeren, lijkt het ons beter om bvb ook een fiscaal gunstregime voor senior onderzoekers te creëren. (we spreken over een hervorming van het systeem, niet over een afschaffing) Zo’n project vaart beter bij een gebalanceerde verhouding tussen juniors en seniors (en ook technisch en logistiek personeel), eerder dan bij een overmaat aan doctoraatsstudenten. Het probleem is niet dat doctorandi goedkoop zijn op zich, wel dat doctorandi veel goedkoper zijn dan post-docs, ZAP en ATP, en daarom teveel als goedkope werkkrachten ingezet worden, wat zeker geen positieve invloed heeft op de kwaliteit van het onderzoek.

  3. BramC

    Dank om dit even uit te zoeken. Ik begrijp wel niet goed waarom het Dehoussemandaat gekoppeld is aan een nieuwe staatshervorming. Kan dat ook niet los daarvan veranderd worden?

    • Omdat het Dehousse-systeem een fiscale maatregel is, is het federale materie, terwijl hoger onderwijs en wetenschap Vlaamse bevoegdheden zijn. Een hervorming van het systeem zal dus vrij veel overleg tussen de niveau’s vereisen. Dat kan natuurlijk ook zonder staatshervorming, maar een eventuele staatshervorming (opnieuw: we spreken ons hier niet uit voor of tegen) zou dit misschien wel iets makkelijker op tafel kunnen brengen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s